In memoriam Kees Pootjes
We zijn allemaal schatplichtig aan Kees. We staan allemaal bij hem in het krijt.
Daar zat ie dan aan zo’n tafel, in een tent, op een beurs. Zonder pretenties, zonder enige vorm van arrogantie, terwijl hij daar eigenlijk best wel recht op had, maar zo was Kees. Geen kapsones. Een prettig mens.
Maar binden… met die slankgespierde handen van ‘m. En maar praten en maar toelichten en maar uitleggen. “Wat m’n ogen kunnen zien, kunnen m’n handen maken”, zei hij dan. Dat lag niet aan z’n handen en ook niet aan z’n ogen. Op de een of andere manier had hij een speciaal brein. Dat zag een onvolkomen situatie, dat voelde een gemis. En dan begon het; Kees’ oog zag dan dingen die er niet waren, of die er nóg niet waren. Dát zag hij en wat hij dan zag, dat fabriceerde hij met die tovenaarsvingers van hem. Hij had er het karakter, of beter, de eigenzinnigheid niet voor, maar beschikte verder over alle eigenschappen om een kunstenaar te zijn. Een schepper. Wat hij voor ons allemaal bedacht en opgelost heeft. Lees het interview met hem in De Nederlandse Vliegvisser nummer 158 nog maar eens.
Hij was er trots op een instrumentenmaker te zijn. ‘Instrumentenmaker’, een beroep voor lieden met bijzondere eigenschappen: Creatief. Precies. Oplossingsgericht. En daarin zijn dan nog gradaties en Kees speelde daar in de eredivisie.
En met een groot hart voor delen en doorgeven. Niks hield ie voor zichzelf, niks voor eigen gewin. Alles wat hij bedacht deelde hij met ons. Kees, eigenlijk wel een beetje onze leermeester. In verhalen, in persoonlijkheid én in bescheidenheid. Voor ons allemaal en eigenlijk ook wel een beetje ván ons allemaal. Rap van de tongriem gesneden, die makkelijke toegankelijkheid tot een hoger niveau bracht want altijd hartelijk en barmhartig.
Als je het over Kees hebt, gaat het natuurlijk altijd en vooral over z’n spitsvondigheid, z’n creativiteit en z’n handigheid. Z’n vliegbindvaardigheden. Maar juist Kees doe je tekort als je het niet over z’n persoonlijkheid hebt; de mens die hij was. Een prettig mens en veel meer dan alleen maar een vliegviskunstenaar aan wie we schatplichtig zijn.
Harm ten Cate
